Zoeken

Vijf valkuilen van (ruimte)zoekers

Onlangs las ik het boek ‘Authentiek’ van Boele P. Ytsma. Daarin beschrijft hij in een bepaald hoofdstuk mogelijke valkuilen van zoekers. Best confronterend omdat ik in bijna elke valkuil ben gelopen in mijn leven. Ik wil ze hier kort beschrijven zodat ze jou niet alleen een spiegel voorhouden, maar ook kunnen wijzen op de kwaliteit die eronder schuilgaat.


1. Hoogmoed: "Ik voel me beter, echter, authentieker dan die ouderwetse gelovigen die alles op een rijtje hebben…"


De zoeker kan volgens Ytsma gemakkelijk een nieuwe ‘ware gelovige’ worden door nieuwe inzichten te omarmen op haar reis. Zo kan een progressieve gelovige net zo overtuigd raken van zijn (nieuwe) gelijk als hij was als conservatieve gelovige. Het besef van morele of spirituele superioriteit ten opzichte van andere gelovigen of niet-gelovigen is een gevaarlijke valkuil voor elke (ruimte)zoeker. We zijn zo vaak geneigd om onze eigen ervaring op te leggen aan anderen.


Hoogmoed is een teveel van moed en zelfbewustzijn. Haar kwaliteit is je plaats kennen, je rug recht, je hoofd omhoog en durven te zijn wie je bent. Niet meer en niet minder. Maar onthoudt dat niet iedereen een soortgelijke zoeker is niet iedereen dezelfde ervaring heeft als jij hebt. Door nederig en dienstbaar te worden, vind je weer de juiste plek: je doet ertoe maar je bent niet de belangrijkste, of zoals Stef Bos zingt: "Hoe kleiner je bent, hoe groter de ruimte"


2. Relativisme: "Over waarheid valt niets meer te zeggen. De een vindt dit waar, de ander dat. Iedereen heeft zijn eigen waarheid dus het doet er niet toe..."


Een zoeker kan in deze valkuil vallen als ze denkt dat er over waarheid niets meer te zeggen valt. “De een vindt dit waar, de ander dat – het is allemaal om het even. Voor jou werkt yoga, voor mij werkt gebed en voor een derde werkt voodoo. Ieder zijn meug.” Het enige wat we kunnen doen, is elkaar vertellen wat ons drijft en daarin is alles van gelijke waarde.


De kwaliteit die schuilgaat achter relativisme is nuchterheid en oog voor de complexiteit van het bestaan. De omkering van relativisme is objectivisme en daarmee de uitdaging voor de relativist. Het mag dan complexer zijn dan ooit om het aan te wijzen, maar wij geloven nog altijd in het onderscheid tussen goed en kwaad, licht en donker, liefde en haat. Vrijheid is goed, onderdrukking is kwaad. Het is niet allemaal om het even – diep van binnen weten we dat dat niet klopt.


3. Intellectualisme: "Het belangrijkste is het denken. Diegene die zich laat leiden doorgevoel, intuïtie of de wil is naïef..."


We kunnen soms verslaafd raken aan denken. Ruimtezoekers zijn vaak argwanende denkers die niet elke ervaring willen omarmen; zij denken eerst goed na, analyseren en beschouwen. "Begrijpelijk maar gevaarlijk" zegt Ytsma. "Het verstand heeft ook het gevoel nodig; de intuïtie en de wil. Het verstand alleen is een gemankeerd ding. Hoe gemakkelijk kunnen we de ervaring van iemand vernielen met een kritische vraag of kille analyse?”


Het vermogen tot helder denken is een kostbaar goed. Een heldere analyse, een intelligente uitleg, een verstandig oordeel, het is van grote waarde. Dat is de kwaliteit van de denker, maar de uitdaging is om oog te blijven houden voor het onlogische, het onverwachte, het gevoelige, het spontane. "Nee" schrijft Ytsma, "we hoeven niet naïef te worden (dat is de terechte allergie van het denken), we hoeven ons niet willoos ten prooi te geven aan elke oprisping van het gevoel, maar we kunnen we besluiten ervaringen ‘heel’ te laten.”


4. De haast: "Ik ben moe van het zoeken, het wachten en uitstellen. Er moet nu verandering komen en anders geef ik mijn zoektocht op..."


De zoeker is altijd onderweg. Haar onrust en onvrede stuwen haar steeds weer verder maar soms kan ze moe raken van het zoeken. Dat zijn de momenten waarop ze haast kan krijgen. Ze wil naar huis, ze wil rust en niet langer hoeven zoeken. Dit zijn de twee opties die voor haar open staan: (1) de snelle weg terug of (2) de vlucht naar voren: de snelle voltooiing van haar zoektocht. Het zijn niet zozeer verkeerde reacties volgens Ytsma, maar "misschien wel jammer, jammer voor alle moeite die de zoeker heeft gedaan. Ze zijn zo ver gekomen en geven ze dan nu op?"


"Wie in de verleiding komt om te capituleren voor de haast verraadt de kracht van de pionier die de zoeker vaak is. Haast is in deze context een teveel van actiebereidheid (kwaliteit). De uitdaging is om geduld te oefenen. Dat is niet, zoals de haastige geërgerd denkt: zwichten voor de passiviteit (allergie), dat is oefenen in wachten en uitstellen.”


5. Cynisme: “Ik heb de hoop op verandering verloren. Het tij is tocht niet meer te keren. Ze komen er nog wel achter. Ze bedoelen het goed, maar het heeft allemaal geen zin...”


Op een gegeven moment kan je de hoop op verandering verliezen. Je ziet alleen datgene wat ontbreekt, lelijk of stuk is. Je gaat het proces niet aan maar bekijkt alles met een zogenaamde wijsheid vanaf een veilige afstand. Wie durft deze wijze tegen te spreken? Wie durft haar te zeggen dat zij diep in haar valkuil is gevallen, de valkuil van het cynisme? "Cynici maken hun eigen somberheid waar" schrijft Ytsma. "Zei ik dat het een scheppende kracht is? In werkelijkheid is het een vernietigende kracht: het zuigt de levenskracht en hoop weg".


Oog voor de realiteit en werkelijk zien wat er is is een kwaliteit maar te veel realiteitszin wordt cynisme. "Hoop is haar uitdaging en medicijn. Cynisme voedt zich met het verleden. Dat maakt cynisme het zuivere tegenbeeld van de hoop, want hoop voedt zich met de toekomst. Hoop is de verwachting van iets nieuws, hoop is de openheid voor wat komen gaat. De scheppende kracht van de hoopvolle mens is even groot als de vernietigende kracht van de cynicus. Wie dat ziet, weet waarvoor hij kiezen wil."


Ytsma wijst ons erop dat gelukkig niet elke zoeker in elke denkbeeldige valkuil loopt. “Je zou bij de opsomming van al deze valkuilen denken dat zoeken een levensgevaarlijke onderneming is die we elkaar vooral ontraden moeten. Nu kleven er inderdaad risico’s aan de zoektocht van de zoeker, maar ontraden zal ik het zoeken niet. De schoonheid van deze tocht langs alle mogelijke valkuilen is dat die ons ook zicht geeft op de mooie kwaliteiten die er verscholen liggen in de zoeker”.


[i] Gebaseerd op hoofdstuk vijf uit het boek ‘Authentiek’ van Boele P. Ytsma

41 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven