Zoeken

Wat bomen ons vertellen


Ik ga momenteel kerkloos door het leven. Sinds de Coronacrisis uitbrak heb ik geen kerkdienst meer bezocht. Dat een andere crisis in mijn geloof, waar ik in een voorgaande blog over schrijf, de ware oorzaak was hield ik lange tijd voor mezelf.


Om verschillende redenen heb ik mij de afgelopen jaren steeds minder thuis gevoeld in de kerk en raakte ik vervreemd van mijn geloofs-gemeenschap. Ik voelde mij geestelijk burned-out tussen allemaal ogenschijnlijke gezonde christenen.


Ook al stond ik voor een lange tijd vooraan op het podium in mijn rol als spreker en aanbiddingsleider, het voelde steeds meer alsof ik van een afstand stond toe te kijken naar iets wat zijn betekenis had verloren. Ik wist precies hoe ik een zangdienst moest opbouwen en welke taal ik moest spreken om mensen mee te nemen. Ik wist precies wat die kerkvergadering wilde horen toen ik mijn preekbevoegdheid moest halen als hbo-theoloog. Maar toen ik mezelf daarna in de spiegel aankeek, was die zelfverzekerde christen verdwenen. Ik zag iemand die met zijn ene been in de kerk, en met zijn andere been buiten de kerk stond; moe van het eenzame gevecht om erbij te blijven horen terwijl ik er van binnen niet eens meer bij wilde horen.

Ik heb de kerk niet verlaten, omdat ik mijn geloof ben verloren, maar juist om te voorkomen dat dit gebeurt.

Een eenzame zoektocht

In een herkenbare blogserie over kerkverlaters schrijft Remmelt Meijer dat veel mensen ‘grensganger’ of kerkverlater worden omdat het ze niet meer lukt om deze spanning binnen de kaders van de kerk aan te gaan. Ze willen, net als ik, op adem komen en hun zoektocht buiten de kerkmuren vormgeven. Buiten die veilige muren en vertrouwde kaders van de kerk heb ik veel losgelaten, maar ervaar ik ondertussen nog steeds een grote liefde voor God. Ik heb de kerk ook niet verlaten, omdat ik mijn geloof ben verloren, maar juist om te voorkomen dat dit gebeurt.


Maar ik moet ook toegeven dat dit een eenzame zoektocht is. Ik ben in het proces ook veel kwijtgeraakt en de sociologische gevolgen heb ik eerlijk gezegd onderschat. We hebben als mensen allemaal de behoefte om aanvaard groepslid te zijn en ik kon mij niet losmaken van het gevoel nergens meer bij te horen. Ik las in deze tijd een boek van de Duitse boswacher Peter Wohlleben: ‘Het geheime leven van bomen’, wat inmiddels ook als documentaire te zien is. Hierin beschrijft hij op prachtige wijze waarom bomen, in zijn ogen, zulke briljante, sociale schepsels zijn:


Als boom kun je geluk of pech hebben met de bodem waarop je terecht komt. Daarom wisselen de wortels van bomen onderling rechtstreeks en in samenwerking met schimmels in de bodem voedingsstoffen uit. Een boom die pech heeft met slechte grond, krijgt gewoon wat extra voeding van een boom iets verderop die wel goede grond heeft. Zo kunnen ze allemaal gezond groeien, ongeacht de grond op hun plekje.”


Is dit niet de kracht van wat een gemeenschap kán zijn, dacht ik bij mezelf. In de eenzaamheid van mijn zoektocht leren bomen mij dat geloven iets is wat ik niet alleen doe, maar samen met anderen, ongeacht de staat van mijn eigen geloofsgrond. Ik las verder:


“Bij de oudste bomen in een bos groeien de wortels, in tegenstelling tot wat veel mensen verwachten, niet diep maar vooral in de breedte, verweven met de wortels van hun buren. Als er een grote storm losbarst vinden ze letterlijk houvast bij elkaar. In extreme gevallen gaat dit erg ver. Zo zijn gevallen bekend waarbij een hele grote beuk die vierhonderd tot vijfhonderd jaar geleden is omgezaagd nog in leven wordt gehouden door de bomen eromheen.”[i]


Op zoek naar verbinding

Toen ik dit las vroeg ik me af hoe ik zo ontworteld ben geraakt van mijn geloofsgemeenschap. Ik gaf onbewust en soms bewust de schuld aan de kerk dat ze mij hadden verloren. De trots en arrogantie die daarin doorklinkt vult mij nog steeds met schaamte. In werkelijkheid had niet de kerk mij verloren maar had ik mijzelf verloren. Ik was bang om het gesprek aan te gaan over mijn persoonlijke twijfels en teleurstellingen. Bang voor ongemak bij de ander, bang voor de confrontatie met mijn eigen pijn en ongemak, bang voor de gevolgen. En uiteindelijk bang om mezelf te zijn.

In werkelijkheid had niet de kerk mij verloren maar had ik mijzelf verloren

Maar die angst hield de afstand alleen maar in stand. Terwijl openheid en het stellen van vragen juist die afstand kan verkleinen. ‘Er echt bij horen’, schrijft Brené Brown, ‘vraagt niet van ons dat we veranderen wie we zijn. Het vraagt juist van ons dat we zijn wie we zijn’. En dat is precies waar ik zoveel moeite mee had in de kerk en op de kringavonden door de week. Toen ik daar voorzichtig mijn twijfels bespreekbaar maakte werden ze simpelweg afgedaan als iets tijdelijks, een seizoen of een tussenhalte. Ze accepteerden mijn twijfel maar in hun gebeden spraken ze tegelijkertijd hun hoop en verwachting uit dat dat ik mijn weg ook weer terug zou vinden. Het feit dat ik voor mijn gevoel juist niet meer kon terugkeren naar de oude manier van geloven zorgde ervoor dat ik de verbinding kwijtraakte.


Hoopvol

Ik voel me hoopvol als ik denk aan de kerk als een verbinding van relaties in plaats van een project. Waar mensen niet wordt verteld wat ze moeten denken maar hoe ze kunnen denken. Waar de leiders niet van de kerk houden als een concept, een idee of theorie, maar van de mensen zelf. Waar liefde belangrijker is dan de waarheid en gelijk hebben. Waar oeroude en jonge wortels met elkaar in verbinding staan om elkaar tot steun te zijn, elk op zijn eigen geloofsgrond.

Ik voel me hoopvol als ik denk aan de kerk als een verbinding van relaties in plaats van een project.

Of ik zelf ooit weer terugkeer naar de kerk en actief lid ga worden durf ik nu nog niet te zeggen. Onlangs gaf iemand mij de tip om klein te beginnen: ‘zoek eerst de verbinding met een mentor, coach of een paar individuele christenen die je helemaal vertrouwt’. Dat heeft mij geholpen om betekenisvolle relaties aan te gaan waarbij ik steeds meer mezelf kan worden. Ik ben inmiddels, samen met een aantal vrienden, op zoek gegaan naar nieuwe ruimte waarin het geloof weer kan groeien in plaats van afsterven. Niet ondanks maar dankzij onze vragen en teleurstellingen.


Want ‘voor een boom is er altijd hoop,’ zegt het Bijbelboek Job. “Als hij wordt omgehakt, loopt hij weer uit, er blijven nieuwe loten komen. Al wordt zijn wortel in de aarde oud, al gaat zijn stronk dood in de grond, zodra hij water ruikt, bot hij weer uit en vormt twijgen, als een jonge scheut.”[ii]

[i] P. Wohlleben - Het geheime leven van bomen. (2016) Lev [ii] Job 14:7-9

101 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven