top of page
Zoeken

Tussen authenticiteit en verbondenheid (1)

In een interview met Radio DJ Herman Hoffman over de kerk merkte hij terecht op dat ‘hoe het hoort vaak belangrijker wordt gemaakt dan hoe het in werkelijkheid is’.[i] Hij gaf daarmee woorden aan iets wat ik al lange tijd ervoer in mijn denken over de kerk.


Pas ik hier nog?

Ik heb een periode gehad dat al het leven uit me werd gezogen tijdens een kerkdienst. Als ik tijdens de zangdienst om mij heen keek zag ik mensen die in mijn ogen de perfecte christen waren en zich helemaal thuis leken te voelen. Maar wat als je je niet zo voelt? In veel opzichten zijn kerken ingericht om vooral een thuis te bieden aan blanke, hetero, vaak extraverte, getrouwde mannen en vrouwen met kinderen die enthousiast zijn over Bijbellezen en bidden; gepassioneerd kunnen aanbidden en zich zonder kritische vragen kunnen onderwerpen aan de zelfverzekerde interpretatie van de dominee. Maar wat als je niet (meer) in die blauwdruk past?


“Hoe het hoort vaak belangrijker wordt gemaakt dan hoe het in werkelijkheid is”

Iets in ons wil ergens bij horen. Maar iets in ons wil tegelijk ook vrij zijn, en de meest authentieke, meest oprecht versie van onszelf zijn. Iets in ons wil eerlijk zijn. Maar iets in ons wil ook geaccepteerd worden door de mensen om ons heen. En die twee verlangens kunnen met elkaar in strijd zijn. Dit wordt ook wel cognitieve dissonantie genoemd. Datgene wat we doen komt niet overeen met wat we denken of geloven.


Ik kon het christelijke antwoord "alles komt goed" niet altijd rijmen met de werkelijkheid. Ik heb me vaak gedragen gevoeld, maar soms word ik overvallen door de enorme gebrokenheid en moet ik erkennen: als ik me niet gedragen voel, dan is dat zo.


“Iets in ons wil eerlijk zijn. Maar iets in ons wil ook geaccepteerd worden door de mensen om ons heen.”

Kerkhoppen

Ik heb in het verleden inmiddels heel wat verschillende kerken ‘geprobeerd’ in mijn zoektocht naar authenticiteit en ruimte voor mezelf. Ze noemden mij een kerkhopper, wat ik misschien ook was, maar nooit vanuit verveling maar eerder vanuit een gevoelde urgentie om ergens bij te horen waar ik oprecht mijzelf kon zijn; een plek die ik mijn geestelijke ‘thuis’ kon noemen. Tegelijk wilde ik ook anoniem blijven omdat ik me, uit angst voor een nieuwe teleurstelling, niet meteen weer opnieuw bloot wilde geven.


Dit is denk ik wel herkenbaar voor veel mensen van mijn generatie. We willen ons niet zo snel committeren aan iets. We benaderen alles met argwaan. We hebben bij voorbaat al geen vertrouwen in andere christenen en helemaal niet in christelijke leiders. Misschien herken je tegenwoordig dezelfde spanning tijdens het bijwonen van een kerkdienst. Je hebt gemengde gevoelens van hoop en cynisme. Je bent bang om ‘kerk’ weer een kans te geven en tegelijkertijd verlang je naar een gemeenschap, rituelen, verbinding. Misschien herken je dat gevoel van aantrekken en afstoten zoals de band Mumford and Sons zingt: “And my head told my heart, ‘Let love grow.’ But my heart told my head, ‘This time no”[ii]


Een kantelpunt

Deze dubbele gevoelens zijn heel normaal. We zijn relationele wezens en het is logisch dat we op zoek gaan naar een gemeenschap om bij te horen, ook al weten we met ons rationele brein dat het misschien een slecht idee is. Doordat ik negen van de tien keer teleurgesteld werd begon ik ook te twijfelen aan mezelf. Waarom lukte het me niet om ergens bij te blijven? Waarom kon ik me niet gewoon aanpassen en meedoen met de rest?


Want dat is wat we als goede christenen doen, toch? De kerk draait tenslotte niet om ons; het gaat over God. Dus het maakt niet uit of jij je nou helemaal thuis voelt of niet, het gaat om Gods koninkrijk wat gebouwd moet worden. ‘We komen hier niet voor onszelf maar voor God’ werd mij verteld, ‘dus pas je aan!’


“Ik had het gevoel dat ik moest kiezen: of ik blijf de kerk trouw of ik blijf trouw aan mijn eigen authenticiteit.”

Velen van ons schuiven ons eigen gevoel onder de (kerk)bank en voegen ons naar de strak afgebakende ideeën over hoe een christen zich zou moeten gedragen, denken en geloven. Maar het lukte mij niet meer. Waar ooit de kerk voor mij voelde als een warm nest van vertrouwdheid, vanzelfsprekendheid, veiligheid en geborgenheid voelt ze nu, zoveel jaren later, eerder beknellend en vervreemdend en ontbreekt het thuisgevoel. Ik had het gevoel dat ik moest kiezen: of ik blijf de kerk trouw of ik blijf trouw aan mijn eigen authenticiteit.


Ik besloot dat de Coronacrisis het moment was om voorlopig niet meer terug te keren en mijn weg als christen buiten de kerkmuren te vervolgen. Het was niet dat ik de kerkdeuren kwaad achter mij dichtsloeg, maar een stil vertrek waarbij ik verzuchte: ‘Vooruit dan maar, ik loop gewoon weg.’ Het was een apathische houding. ‘Het maakt mij niet meer uit wat de kerk doet. Ik hoop dat ze verandert, maar ik zal er geen deel meer van zijn’. Ik had mezelf losgerukt om nieuwe horizonten te verkennen.


De zoektocht naar authenticiteit leidde mij uit de kerk. Kan de zoektocht naar verbondenheid mij ook weer terugbrengen? Of tenminste naar een plek van nieuwe verbondenheid met mezelf, de ander en God? Dat wil ik graag weten! In een volgende blog schrijf ik meer over deze zoektocht.


[i] Luister het hele interview met Herman Hofman in de aflevering ‘Leven met angst’ van de podcast ‘Dit dus’. [ii] Mumford and Sons, “Winter Winds, “Sigh no more, Eastcote Studios, 2009

64 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page