Zoeken

God vinden in de wildernis

Onlangs stuurde een vriendin mij via Instagram een berichtje waarin deze

zin stond: “Ik vind God tijdens het willen vergeten misschien nog wel het meest." Deze eerlijke bekentenis deed me denken aan één van mijn favoriete Bijbelverhalen, het verhaal van de Emmaüsgangers. Je kent het verhaal waarschijnlijk al maar blijf lezen. De twee Emmaüsgangers kunnen namelijk net zo goed jij en ik zijn...

'De Emmaüsgangers' van Janet Brooks Gerloff (1947- 2008)

Weg van Jeruzalem

Het verhaal begint met twee leerlingen van Jezus die net uit Jeruzalem komen waar ze hebben moeten toekijken hoe hun meester werd gekruisigd. Met de dood van Jezus werden ook de dromen van deze twee leerlingen begraven. In het weglopen van Jeruzalem liepen ze eigenlijk weg van alles wat met het geloof te maken had. Weg van God – of tenminste de God die ze dachten te kennen.


Soms leven we op de pieken van ons geloof en soms lijken we het helemaal kwijt te zijn en lopen we, misschien zonder dat het een hele bewuste keuze is met de rug naar ons eigen ‘Jeruzalem’: de plek waar ons geloof nog springlevend was, vol verwachting. Daar waar geloven nog een vanzelfsprekendheid was; Waar we ooit een plek hadden in een geloofsgemeenschap hebben we er nu misschien nog slechts een herinnering aan.


De verkeerde weg?

Misschien hoor je op deze weg een stemmetje in je hoofd die zegt dat je je op de verkeerde weg bevindt en misschien hoor je de stemmen van die mensen die niet met je mee zijn gegaan toen je vertrok. Dit is vast de verkeerde weg omdat het zo alleen voelt. Dit is vast de verkeerde weg omdat het zo moeilijk is. Dit is vast de verkeerde weg omdat ik geen bestemming heb en dat moet betekenen dat ik verdwaald ben. Dit is vast de verkeerde weg omdat het mij alles heeft gekost, en alles is veel te veel voor een weg die nergens naartoe leidt.


Maar op dit soort momenten mogen we onszelf deze waarheid voor ogen houden: “Je loopt niet op de verkeerde weg. Je hebt geen verkeerde afslag genomen. Welke pijn of teleurstelling je ook naar hier heeft geleid, wat de oorzaak ook is waardoor je je afvraagt of je het verknoeid hebt, weet dit: Je bent precies waar je hoort te zijn.

"Je bent precies waar je hoort te zijn."

Jezus toont zichzelf ook aan deze weglopende leerlingen, zij het in een nieuwe gedaante. Hij komt naast de twee reisgenoten lopen maar ze herkennen hem niet. Het enige wat deze twee vrienden kunnen doen is namelijk kijken naar dat wat er niet meer is. De hoop die ze hebben verloren en hun dromen die ze hebben moeten begraven.


De vreemdeling vraagt hen waar ze over praten. Eén van de twee mannen, genaamd Kleopas, antwoordt verbaasd: ‘Bent u dan de enige vreemdeling in Jeruzalem die niet weet wat daar deze dagen gebeurd is?’ En de man begint zijn hart uit te storten. ‘Wij hoopten dat Jezus gekomen was om Israël te bevrijden, maar inmiddels is het de derde dag sinds dit alles gebeurd is.’ (let op de teleurstelling in de woorden ‘wij hoopten’).


De vreemdeling gaat vervolgens in gesprek met de twee leerlingen en hij laat hen met nieuwe ogen kijken naar alles wat er in de Schrift over Jezus staat geschreven in de wet en de profeten. Jezus laat hen de werkelijkheid zien zoals het is; ‘Moest de Messias al dat lijden niet ondergaan om zijn glorie binnen te gaan?’


Dood en opstanding zitten ingebakken in de gehele schepping. ‘Het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.’ We kunnen er niet omheen of er overlangs. We moeten er dwars doorheen en dat is de enige manier waarop er nieuw leven kan ontstaan; nieuwe hoop en nieuw geloof. Zie je niet dat het altijd zo geweest is? Filosoof Marcel Proust zei het al: “De ware ontdekkingsreis is geen reis naar een nieuwe plek; Het is leren zien met nieuwe ogen.”


De ware ontdekkingsreis is geen reis naar een nieuwe plek; Het is leren zien met nieuwe ogen.”

Geopende ogen

We lezen later dat, bij het aanhoren van deze vreemdeling, het hart van deze reisgenoten ging ‘branden’. Ze kregen een andere, betere lezing van het verhaal wat ze hun leven lang hadden gekend maar waar nu geen raad meer mee wisten. Het water, wat geen enkele smaak meer had, proefde nu als wijn! Er begon iets te gloeien in hun binnenste en nieuwe hoop werd aangewakkerd.


De mannen nodigen de vreemdeling uit voor een maaltijd en op het moment dat Jezus het brood breekt, worden hun ogen eindelijk geopend. Ze herkennen Jezus en alles lijkt op zijn plek te vallen. Ze beseffen dat Jezus al die tijd naast hun liep, maar ze hadden er geen oog voor gehad. Op deze manier is het alsof God tegen ons wil zeggen: “Denk je dat mij kunt begraven; dat je mij je rug kunt toekeren? Ik zal je eens laten zien dat ik er nog steeds ben! Ook al zien jullie mij niet, ik zie jullie wel. En ook op deze plek in je leven loop ik naast je, ook al verwacht je het niet.”


Een herrezen geloof

We kunnen God niet ontvluchten, we kunnen simpelweg niet zeggen dat we met de rug naar hem toestaan, of dat we bij hem weglopen, omdat het fysiek gezien onmogelijk is om buiten God om te leven. Wat de Emmaüsgangers dachten dat de weg van God vandaan was, was eigenlijk een ramkoers met God zelf. Het leek alsof ze wegliepen van hun verleden, de gemeenschap, de traditie. Het leek alsof ze zich "op het verkeerde pad" bevonden. Maar God verraste hen precies daar waar ze waren, in de wildernis, tussen twee plekken in.


Soms vinden we God inderdaad tijdens het willen vergeten nog het meest. Soms moeten onze eigen gecreëerde verwachtingen en projecties, net als bij de Emmaüsgangers, sterven en weer opstaan tot iets nieuws. Zo is ook het christelijk geloof – in de woorden van Tomas Halik – “herrezen geloof, geloof dat moet sterven aan het kruis, begraven moet worden en opnieuw moet opstaan en wel in een nieuwe gedaante.”[ii]


ps: Luister hieronder eens naar het nummer 'Road to Emmaus' van Jason Upton:




[ii] Tomas Halik – Geduld met God (2013). Boekencentrum, 54

29 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven